Werkwijze milieurapportages

Indiening
Conform de eisen uit het Besluit Glastuinbouw, dienen de Glastuinbedrijven elk jaar voor 1 mei een milieurapportage in. Deze rapportage bestaat uit een jaarrapportage met verbruiksgegevens over energie, fosfaat, stikstof en gewasbeschermingsmiddelen en een teeltplan met gegevens over de diverse gewassen die in het betreffende jaar geteeld zijn. Met ingang van verslagjaar 2005 is het alleen nog mogelijk om deze jaarrapportages in te dienen via een geaccepteerde deskundige. Voor een lijst met geaccepteerde deskundigen klik hier.

  Jaarrapportage Besluit glastuinbouw

Dit is het model-rapportageformulier. In het formulier staat wat een tuinder jaarlijks moet rapporteren. De toelichting bij het formulier beschrijft voor wie de rapportageverplichting geldt, wat er precies wordt gevraagd en hoe de gegevens moeten worden aangeleverd.

Vanaf de rapportage over 2009 gelden andere rapportage-eisen voor substraattelers dan voor grondtelers. Telers die (deels) in de grond telen moeten naast de emissie-gegevens ook het verbruik van meststoffen (stikstof en fosfaat) rapporteren. Er kunnen vanaf 1 jan. 2010 geen rapportages meer worden ingeleverd over 2008 en eerder.

Inzending van de milieurapportage De milieurapportages kunnen door de geaccepteerde deskundigen digitaal worden ingediend bij de Uitvoeringsorganisatie. Zodra de gegevens uit de jaarrapportages zijn gecontroleerd op juistheid en volledigheid door de UO, worden ze opgeslagen in de UO-database.

Beoordeling van de milieujaarrapportage Het bevoegd gezag controleert of een tuinder een jaarrapportage heeft ingediend en het bevoegd gezag toetst de inhoud van de jaarrapportage op juistheid. Als blijkt dat geen rapportage is ingediend of de gegevens niet juist zijn kan het bevoegd gezag tot handhaven overgaan. De tuinder kan in de loop van het jaar alsnog een (aangepaste) rapportage toesturen.

Het bevoegd gezag is zowel de gemeente als het waterschap.

NAW aanpassingen De gemeente stelt vast welke inrichtingen onder de rapportageplicht van het Besluit glastuinbouw vallen. Het vraagt voor deze inrichtingen - waar nodig - bij de UO datamanagement een uniek UO nummer aan. U kunt daarvoor gebruik maken van het NAW-protocol.(NAW protocol) of deze via de website doorgeven. De gemeente geeft adreswijzigingen van rapportageplichtige tuinders door aan de UO. (eveneens op basis van het standaardformulier.  NAW protocol)

Form – De formulieren worden afhankelijk van de teelt- en lozingswijze geheel of gedeeltelijk ingevuld. Zie hiervoor de invulinstructies op de formulieren en op de webapplicatie.

GD – De geaccepteerde deskundige beoordeelt uiteindelijk de juistheid van de ingediende formulieren. Indien de rapportage onvolledig of onjuist is informeert de Geaccepteerde Deskundige de tuinder hierover, zodat de tuinder de gegevens kan aanpassen.

E-mailserver – Geaccepteerde deskundigen kunnen de rapportage via de webapplicatie invoeren of gebruik maken van het formele ‘uitwisselbericht’.

Checks –De software voert vervolgens op het inleesbericht een aantal controles uit op de data die zijn aangeleverd.

Foutmelding / retourbericht - Wanneer de rapportage onvolledig is, wordt de rapportage niet verwerkt in de database en wordt op de webapplicatie aangegeven welke gegevens nog moeten worden ingevuld. Als u gegevens aanlevert met een uitwisselbericht ontvangt u een retourbericht waarin staat welke onderdelen uit de rapportage niet goed zijn aangeleverd.

Database – Een volledige rapportage wordt in de database opgenomen en kan door de gebruikers (GD, Bevoegd Gezag (BG) en UO-Datamanagement) worden ingezien voor zover dit glastuinbouwbedrijven zijn die binnen het eigen gebied vallen. (Zie de functie in het navigatiemenu: Milieurapportage per bedrijf)